Iedere week een blog over opvoeding. De ene week door Tischa Neve, kinderpsychologe, de andere week door ondergetekende, opvoedkundige. Ik woon inmiddels een jaar op het Franse platteland, met een hoofdletter P. Voor ons huis grazen mooie witte koeien, een uil oehoet in de nacht. De dichtstbijzijnde echte stad is 30 minuten rijden, er is geen winkel te bekennen in ons dorp en tussen 12 en 3 gaan de tractoren het erf op voor een lange, met wijn besprenkelde, lunch.
Vanuit mijn idyllische plek waar ik net als in Nederland gewoon door blijf gaan met mijn praktijk zal ik anekdotes uit het Franse en Nederlandse opvoedleven beschrijven die hopelijk zullen prikkelen tot nadenken. Er is veel om over te schrijven. Al een jaar lang verbaas ik me beroepsmatig en als moeder over het grote verschil van hoe men naar het kind kijkt. In Nederland lijkt het soms alsof je kunt spreken van een projectkind en in Frankrijk het andere uiterste het 'je doet maar gewoon wat ik zeg' kind. Hier lijkt het soms alsof de kinderen erbij hangen, je doet maar gewoon mee in het volwassen leven. Naar het dorpsfeest tot diep in de nacht na een urenlange theatervoorstelling laat op de avond en altijd mee naar het restaurant. En zitten de kinderen eenmaal op school dan doorlopen ze geruisloos verschillende niveaus. Als ouder zie je enkel twee rapporten per jaar. Je werkt het programma af en dat is dan dat. Een Franse vader (uit Parijs hier heen gekomen voor de rust) zei wat cynisch ‘en daarna vervolg je het voorgeschotelde programma tot je pensioen, er is niets bijzonders aan.'
En daar komen wij aan, een gezin met drie kinderen uit het land waarin alle ouders gewend zijn om veel te praten over hun bijzondere nazaten en er graag boven zwermen om in de gaten te houden of ze wel gelukkig zijn. Die feilloos weten en anders mondig navraag doen of ze het goed doen op school, op muziekles, de sportclub en kinderyoga. Je hebt voortdurend contact met de juf, de leerkrachten, het kinderdagverblijf, er zijn schriftjes, wen-ochtenden en stoeltje-pas dagen, kennismaking-, tussentijdse- en tien minuten gesprekken, rapporten, informatie- en ouderavonden. Niets is teveel om het project kroonjuweel zo goed mogelijk te laten verlopen.
In Frankrijk lijkt dat geheel andere koek! Voor ons als pas geëmigreerde ouders een hele verandering waar we nog niet helemaal aan gewend zijn en voor mij als pedagoog weer een boel stof tot nadenken.
We ondernemen bijvoorbeeld wel actie als onze dochter (van vier) in de hoek wordt gezet omdat ze nog niet in het Frans kan vertellen wat ze in het weekend heeft gedaan. Dit gaat recht mijn moeder hart in maar geeft ook gelijk een onveilige leeromgeving. Dat is niet goed voor haar. Tegelijkertijd ben ik toch wat voorzichtig om de meester (tevens de voetbaltrainer-coach, voorzitter van de feestcommissie) aan te spreken op zijn alcoholkegel na de middaglunch. Iets wat in Nederland echt niet kan en voor veel ophef zou zorgen. Maar ondertussen leert hij de klas vol zwier prachtige franse chansons en neemt ze mee in de wondere wereld van de geschiedenis en aardrijkskunde. Onze zoon gedijt er zeer goed bij. Dat dan weer wel. Wat is nu een goede aanpak? Daar doen pedagogen gelukkig geen uitspraken over. Ik kan er wel mijn gedachten over laten gaan en vertellen wat in deze tijd handig zou kunnen zijn iets meer frans of nederlands! Tot over twee weken!
Bijzonder dat er toch zoveel
Bijzonder dat er toch zoveel verschil is. Wat goed dat jij daar kennelijk wel gewoon door kunt gaan met je werk.
Anja Beerepoot