Ze is een jaar of zes. De felblauwe strik in haar donkere haar heeft dezelfde kleur als haar ogen. Ze staat aan het begin van een lange straat en omdat deze vanaf de heuvel iets omlaag loopt ziet ze de lange rij huizen als een lint naar beneden lopen. De huizen zijn niet allemaal hetzelfde maar hebben wel allemaal een klein tuintje met een paadje dat van de voordeur tot het hekje loopt. De hekjes zijn ook allemaal verschillend en veel ervan staan open. Als het meisje dat ziet slaakt ze een verrukte kreet en klapt in haar handjes.
Oma en opa staan achter haar en kijken elkaar veelbetekenend aan. Het zondagsritueel gaat beginnen. Langzaam loop het meisje langs het trottoir richting het eerste openstaande hekje. Ze loopt rustig het pad op tot aan de voordeur, draait zich dan om en neemt een spurt naar het hek en gooi die dan met al haar kracht achter zich dicht. Ze staat gelijk stil om het geluid van het dichtslaande hek in zich op te nemen. Het hekje is van hout en net zo hoog als zijzelf. Er zit een sluiting op die vanzelf in het slot valt en een zacht klikkend geluid maakt. Ze blijft nog een paar seconden staan en huppelt dan naar het volgende hek dat helemaal van ijzer is. Hij staat op een kier en voorzichtig duwt ze hem verder open, waardoor er een licht piepend geluid van de scharnieren hoorbaar is. Met voorzichtige tred loopt ze weer tot de voordeur en rent weer terug, het hek met een klap dichtslaand. De metalen klink van het hek valt met een roestig piepend geluid in het metalen gleufje. Het is een oorverdovend lawaai op de stille zondagochtend.
Het volgende hekje is laag en gemaakt van houten latjes die aan de bovenkant toelopen als een speer. Het is een mooi wit geschilderd hekje en de sluiting is robuust. Het lijkt alsof de maker van dit hekje de verhoudingen een beetje uit het oog verloren is en al zijn aandacht en vakmanschap op de sluiting heeft gericht. De sluiting is een sierlijke krul met bovenop een grote ronde knop. Ze loopt weer langzaam naar de voordeur en draait zich om. Maar in plaats van een spurt te nemen loopt ze dit keer heel langzaam en koket terug naar het hek. Ze blijft staan, trekt het hekje dicht en pakt met haar kleine handje de grote knop op de krullende sluiting en laat deze dan met een zachte klik in het slot vallen. Ze zucht, draait zich om en zet het ritueel voort met de overige nog openstaande hekjes. Het einde van de straat is in zicht en zo ook het einde van het ritueel. Het laatste hekje is met recht de hekkensluiter want ze gebruikt al haar kracht om deze zo hard mogelijk dicht te gooien. Dan draait ze zich om en kijkt terug, waar de straat nu licht onhoog loopt. Haar ogen volgen alle hekjes. Ze zijn allemaal dicht. Ze glimlacht. Haar zondagsritueel zit er weer op.
Ze vervolgen hun weg naar huis. Ze loopt nu tussen oma en opa in en babbelt honderduit. Als ze bij hun huis zijn aangekomen valt het gebabbel stil. Hun voordeur komt direct uit op het trottoir. Er is geen voortuintje en er is ook geen hekje.
DearDeir