Na ‘als het er niet hangt, dan hebben we het niet’ is er maar één ding erger om te horen van een verkoop(st)er.
Namelijk:…Niets..
Dat je niet begroet word bij binnenkomst, nemen we al voor lief.
Dat hij of zij me aankijkt en weer wegkijkt, o.k….
“Die verkoop(st)er heeft het vast te druk met wat anders om mij op te merken”, denk ik nog. Als ik hals brekende toeren uit haal om de prijs te ontdekken van dat shirt wat zo hoog is weggehangen, kan ik nog denken: duidelijk een zelf-service winkel!?
Na een minuut of tien, als ik het pand weer wil verlaten, moet hij/zij me toch opgemerkt hebben.
Maar ze geven geen sjoege.
Dus twijfel ik elke keer weer: ‘Dááááág’ zeggen of maar niet ‘Dááááág’ zeggen bij het verlaten van de winkel?
Sukkelig als ik ben, roep ik geregeld op de weg naar buiten ‘Dááááág’ in het volkomen luchtledige.
Niemand groet terug en even voor ik me voor joker staan.
Want met mijn ‘Dááááág’ bedoel ik: bedankt dat ik even mocht kijken, er hing niks voor me bij maar ik kom terug…
De daarop volgende stilte vat ik op als: “Jij interesseert mij niet”
Of ben ik nu overgevoelig...?
winkelen
Dáááág blijven zeggen!
Ik herken je gevoelens daarbij volledig, en het overkomt mij ook regelmatig.
Ik hoop dat jouw dááágs, mijn dááágs en alle dááágs die anderen hardnekkig blijven zeggen misschien ooit bij zulk winkelpersoneel een lampje zullen doen gaan branden.. (Heee klanten!)
Temninste als ze onze dááág horen over de luide muziek heen hè?
Gast
Nee hoor,
Ik wordt steeds selectiever bij het shoppen merk ik.
Als ik niet vriendelijk te woord gestaan wordt ben ik weg.
Winkels genoeg nietwaar.
JvdZ