Het wordt weer eens tijd voor een bezoekje aan de kapper. De afspraak is al gemaakt en met boek in de tas (ik zal er toch minimaal twee uur doorbrengen) begeef ik mij naar De Salon. Ik neem altijd een boek mee maar dat wil niet zeggen dat ik er daadwerkelijk in ga lezen. Dat hangt namelijk af van een aantal factoren. In de eerste plaats moet het er niet te druk zijn, zodat ik in alle rust een paar hoofdstukken kan verorberen. Als er meerdere klanten zijn kan er heel wat afgebabbeld worden en dan ligt altijd de verleiding op de loer om het gesprek van je naaste buur te volgen. Er ontspinnen zich vaak behoorlijk intieme gesprekken tussen klant en kapster. Ik meng me nooit in zo'n gesprek, ook al zit ik er vlak naast, maar soms heb ik wel de neiging om ongevraagd advies geven over de moeizaam verlopende relatie met vriend of echtgenoot, of medeleven te tonen over die vervelende behandeling bij die toch wel erg sexy gynaecoloog.
Een andere belangrijke factor is het aantal glossy's in het tijdschriftenrekje, en dan vooral of het nieuwe glossy's zijn met een uitgebreid fotoverslag van de trouwjurken van Yolanthe. Zelf koop ik die glossy's natuurlijk nooit maar ik probeer bij de kapper wel altijd de nieuwste edities te bemachtigen want ik ben stiekem natuurlijk wel nieuwsgierig naar de sappige details van de huwelijksdag van Yo en Wes.
Het kan natuurlijk ook wel eens voorkomen dat ik gewoon geen zin heb om mijn boek te lezen. Dan voel ik meer voor een goed gesprek met de kapster. Nu is het zo dat er altijd wel 2 of 3 verschillende kapsters aan je hoofd zitten. De eerste mag de verf inzetten, de volgende neemt de was- en crèmebehandeling op zich en de laatste doet het knip- en stylewerk. Dan ontstaat er dus het volgende dilemma: Met wie knoop ik nu een goed gesprek aan? Ik kies voor het verfinbrengkapstertje. Zij is erg jong en verlegen en is zich totaal niet bewust van mijn voornemen. Via de spiegel probeer ik oogcontact met haar te maken en als dat lukt, moedig ik haar met mijn glimlach aan om toch vooral met mij te praten. Ze lacht lief terug maar zegt niets. Dan fronst ze en ik vermoed dat ze probeert om het gesprek te openen en dat ze nu afweegt of ze het zal hebben over het gewraakte bezoek van Geert Wilders aan Ground Zero vanege de bouwplannen van een moskee, of dat ze haar mening wil geven over de perikelen rond het WK bidbook.
Zij kijkt mij aan in de spiegel en ik kijk verwachtingsvol terug. Dan zegt ze eindelijk: "Moet u nog op vakantie?" Ik zucht onmerkbaar en probeer niet aan mijn boek te denken.