Een kikker woonde zijn leven lang in een put. Het was maar een kleine kikker. Op een dag viel een kikker die in de zee had gewoond in de put. De putkikker vroeg de zeekikker waar hij vandaan kwam. De zeekikker antwoordde: ‘ik kom van de zee’. Daarop vroeg de putkikker hoe groot de zee dan wel is? De zeekikker zei dat de zee heel groot is. De putkikker strekte zijn poten en vroeg of de zee zo groot was. De zeekikker zei ‘welnee, veel groter’. Toen sprong de putkikker van de ene kant van de put naar de andere kant en vroeg of de zee zo groot was? ‘Vriend’, zei de zeekikker, ‘hoe kun je het onmetelijke afmeten aan de omvang van een put?’ Maar de putkikker zei: ‘je hebt gelijk, niets kan groter zijn dan mijn put. Dat is onmogelijk. Deze zeekikker liegt en moet weggaan, ik kan hem niet meer zien.’
‘Wie in zijn eigen beperkingen gelooft, graaft zich in een graf.’
Wanneer we onze eigen beperkingen als excuus opwerpen, bouwen we aan onze gevangenis. We sterven een langzame dood, voelen ons steeds ongelukkiger en weten niet hoe we daar uit moeten komen. Alleen wanneer we enthousiast worden en ‘ergens voor gaan’ verleggen we, bijna als vanzelf, onze grenzen en treden we een steeds grotere wereld binnen. We stappen over allerlei persoonlijke bezwaren heen. Sven Kramer was de snelste in Vancouver maar zonder gouden plak. Hij verlegde zijn grenzen en toonde zich een man. De natuurlijke weg is breed en wijd en verre van smal.
De natuurlijke staat van ons innerlijk lijkt sterk op die van de onmetelijke diepte van de oceaan, ook wanneer het aan de oppervlakte stormt. In de natuurlijke staat van ons innerlijk wordt alles op een juiste manier weerspiegeld. In zuiverheid weerspiegelt verdriet zich als ons eigen verdriet, en blijdschap als onze eigen blijdschap. Als we echter door innerlijke verwarring de zuiverheid van ons reflecterend vermogen verliezen, worden we blind voor de werkelijkheid en raken we in de put. Dan wordt Eénoog koning. Maar wat gebeurt er met Tweeoog? Moeder Natuur heeft ons twee ogen meegegeven om diepte en afstand te zien. Het herkennen van innerlijke diepte en diepgang maakt het mogelijk onderscheid te maken tussen wat relevant is en wat niet relevant is, tussen werkelijkheid en onwerkelijkheid, tussen wat je weet wat waar is en wat je denkt wat waar is.
De zeekikker had toch gelijk.
Rondbrief maart 2010 Paul G. van Oyen en Carin Biegnole
www.pvanoyen.nl